Uit een recent onderzoek van onder andere de Nyenrode Business Universiteit komt naar voren dat minder dan de helft van de grote Nederlandse familiebedrijven een formeel dividendbeleid heeft [1]. Dat is opmerkelijk, omdat voorspelbare uitkeringsafspraken rust bieden richting aandeelhouders, bestuur en financierders. Ze maken bovendien kapitaalallocatie efficiënter, omdat niet telkens opnieuw het gesprek gevoerd hoeft te worden over de vraag óf en wanneer middelen uit de onderneming gehaald mogen worden. Uit dit onderzoek onder 130 familiebedrijven blijkt dat slechts 46 procent zo’n beleid heeft vastgelegd. Bedrijven met een Raad van Commissarissen of Raad van Advies doen dit bijna twee keer zo vaak als bedrijven zonder.
Zonder beleidskaders slaat de besluitvorming al snel door naar ad hoc: Het ene jaar wordt uitgekeerd vanwege fiscale timing, het volgende jaar blijft een dividend achterwege omdat er privé geen behoefte aan is of omdat de onderneming plotseling wil investeren. Dat leidt tot onduidelijkheid en, in sommige gevallen, wrijving binnen de familie. Opmerkelijk genoeg keert 81 procent van de onderzochte bedrijven wel minstens één keer dividend uit in de afgelopen drie jaar, waarvan 45 procent zelfs ieder jaar. De motieven lopen sterk uiteen: het veiligstellen van vermogen buiten de risicosfeer wordt het vaakst genoemd, gevolgd door fiscale overwegingen. Juist die variatie laat zien hoe belangrijk het is vooraf te bepalen welke drijfveren leidend zouden móeten zijn. Hoewel het onderzoek zich richt op familiebedrijven, is er eenzelfde dynamiek bij regulier MKB met meerdere aandeelhouders of DGA’s. Ook daar ontstaat onduidelijkheid zodra dividendbesluitvorming afhankelijk wordt van moment, emotie of fiscale overwegingen.
Wat een dividendbeleid wél is, en wat vooral níet
Een dividendbeleid is geen automatische uitkeringsmachine en zeker geen jaarlijkse belofte aan aandeelhouders. Het is in de kern een governance-instrument: een set van uitgangspunten waarbinnen directie en aandeelhouders zich bewegen. Vaak wordt gewerkt met een percentage van nettowinst of vrije kasstroom als basis, met daarbovenop duidelijke voorwaarden zoals minimale solvabiliteit, liquiditeitsruimte en geplande investeringen. Niet om flexibiliteit weg te nemen, maar juist om duidelijkheid te bieden over wat standaard is en wanneer ervan afgeweken mag worden. In bedrijven met beleid is de uitkering aanmerkelijk vaker gekoppeld aan vaste parameters; zonder beleid verschuift de besluitvorming naar inkomensbehoefte of fiscale opportuniteit.
Daarbij blijven de wettelijke kaders altijd leidend. Zowel de balanstest als de uitkeringstoets uit artikel 2:216 BW verplichten bestuurders om vooraf te toetsen of de onderneming na dividend nog aan haar verplichtingen kan blijven voldoen. De meeste bedrijven zeggen dit jaarlijks te doen, maar niet allemaal. Wie deze toets overslaat, neemt onnodige risico’s – niet alleen financieel, maar ook juridisch. Bestuurders die instemmen met een uitkering die achteraf onverantwoord blijkt, kunnen persoonlijk aangesproken worden. Een helder beleid maakt daarom niet alleen governance sterker, maar beschermt ook de besluitvormers zelf.
Waar zonder beleid waarde blijft liggen
Het ontbreken van dividendbeleid leidt zelden direct tot fouten, maar wel tot sluimerend waardeverlies. Beslissingen over kapitaaluitkeringen worden dan afhankelijk van momentum of emotie, in plaats van strategie. Dat werkt remmend op drie vlakken:
- Kapitaalbeslissingen worden trager. Onvoorspelbare uitkeringen maken het lastiger om investeringsbesluiten te timen en financieringsruimte te onderbouwen. Banken en minderheidsaandeelhouders waarderen voorspelbaarheid.
- Aandeelhoudersdynamiek verhardt sneller. Onuitgesproken verwachtingen over inkomen vs. groei escaleren sneller zonder spelregels. Wie geen kaders heeft, onderhandelt elk jaar opnieuw.
- Governance verliest richting. Zonder vooraf bepaalde uitgangspunten verschuift de “waarom”-vraag achter dividend naar incidentele argumenten. Vandaag fiscaal, morgen emotioneel, nooit structureel.
Praktisch en nuchter invullen
Een goed dividendbeleid begint niet bij de rekenmachine, maar bij een open gesprek over doelen. Gaat het om groei, om risicoreductie of om familiezorg? Pas wanneer die prioriteiten zijn uitgesproken, kan een passende formule gekozen worden. Veel familiebedrijven werken met een eenvoudig uitgangspunt als: “we keren uit zolang de stoplichten op groen staan.” Vervolgens kan worden vastgelegd wie welke rol heeft in de besluitvorming – bijvoorbeeld bestuur als toetsende partij onder 2:216 BW, de AvA als uiteindelijk besluitvormer, en een RvC of STAK als adviseur of bewaker van het evenwicht. Daarmee verandert dividend van een terugkerende discussie in een vooraf afgesproken proces.
Tot slot: voer het gesprek vóórdat het urgent wordt
Het debat over dividendbeleid gaat niet over het wel of niet uitkeren, maar over voorspelbaarheid, eigenaarschap en strategie. Een compact en helder beleid levert rust op in de familie, betere financierbaarheid en wendbaarheid bij kansen. Ziet u herkenning of spanning rondom uitkeringen? Sparren kan altijd vrijblijvend. We denken graag mee over de juiste taal, criteria en governance die bij uw onderneming passen.
Meer weten?
Wil je meer weten over een goed dividendbeleid? Neemt u dan contact op met één van onze adviseurs.
Bronnen
- Berent-Braun, M., Flören, R., Bles-Temme, L., Castricum, W., Buitenhuis, M., & Raijmakers, H. (2025). Familiebedrijven en dividend(beleid). Nyenrode Business Universiteit / RSM Netherlands / Van Lanschot Kempen.



